Direct of indirect grillen: wat is het verschil en wanneer gebruik je wat?
Twee basistechnieken bepalen het succes van je barbecue: direct en indirect grillen. De meeste mensen kennen alleen het eerste, maar indirect grillen maakt echt het verschil bij groter vlees.
Direct grillen
Bij direct grillen ligt het vlees recht boven de hittebron. De hoge temperatuur zorgt voor een mooie korst en die typische grillstrepen.
Wanneer gebruiken:
- Dunne stukken vlees (steaks, koteletten, spiesjes)
- Hamburgers en worstjes
- Vis en groenten
- Alles wat in 10–15 minuten gaar is
Let op: bij direct grillen is de kans op verbranding groter. Blijf bij de barbecue en draai regelmatig.
Indirect grillen
Bij indirect grillen ligt het vlees naast of boven de hittebron, niet erboven. De deksel blijft dicht zodat de hitte rondom het vlees circuleert als een oven.
Wanneer gebruiken:
- Grote stukken vlees (rollade, hele kip, rib)
- Vlees dat langer dan 20 minuten nodig heeft
- Als je een krokante buitenkant én een gare binnenkant wilt
Hoe doe je dat op een gewone barbecue? Schuif de kolen naar één of beide kanten. Leg het vlees in het midden zonder kolen eronder. Deksel dicht, en wacht.
Combineer beide technieken
Het beste resultaat krijg je vaak door te combineren: begin indirect totdat het vlees bijna de gewenste kerntemperatuur heeft, en eindig met een korte directe grill voor de mooie korst. Dit heet ook wel reverse searing en werkt fantastisch voor dikke biefstukken.
Tip
Onze BBQ-pakketten bevatten producten die geschikt zijn voor beide technieken. Dunne spiesjes en worstjes direct, een grotere karbonade of rollade indirect. Zo haal je altijd het maximale uit je barbecue.